Effectief schrijven zonder stress: is dat mogelijk?

How to write a lot

Als promovenda heb ik een helder einddoel: aan het einde van vier jaar (waarvan er al weer bijna 1,5 voorbij zijn) moet er een proefschrift liggen, met daarin mooie artikelen over cultuur van excellentie (Van Gorp et al. 2017)  en de transfer van honours naar regulier onderwijs (voor meer informatie zie  EXChangeproject). Dat is mijn stip op de horizon.

Om daar te komen moet ik een heleboel kleine en grotere stappen zetten. In mijn eerste jaar was de grootste stap het schrijven van mijn onderzoeksplan en daaraan gerelateerd het afbakenen van mijn onderzoek. Nu ben ik weer iets verder en dient de volgende stap zich aan: het schrijven van mijn eerste artikelen.

En hoewel daarmee mijn einddoel weer een stap dichterbij komt, is het schrijven niet zomaar gedaan. Naast veel inhoudelijke keuzes die gemaakt moeten worden en het zoeken naar de juiste woorden, merk ik dat ik ook in het schrijfproces zelf nog wel wat te leren heb. Ik was dan ook benieuwd of het boekje van Paul J. Silvia ‘How to write a lot’ (2010) mij iets zou brengen. In deze blog wil ik de belangrijkste tips die hij geeft om effectief en gestructureerd te schrijven, delen.

Het schrijven van artikelen, het delen van onderzoeksresultaten, is een vast onderdeel van ons werk als onderzoeker. Tegelijkertijd is schrijven voor veel academici lastig. Zowel beginnende als gevorderde onderzoekers zuchten onder de last van het ‘moeten schrijven, maar er niet aan toekomen’.

Het eerste waar Silvia ons op wijst, is dat schrijven een vaardigheid is, net zoals het opzetten en uitvoeren van onderzoek. En deze vaardigheid moet aangeleerd en getraind worden. Zodra schrijven routine wordt en deel is van onze dagelijkse taak, kost het minder moeite, stress en schuldgevoel en worden we productiever.

Schrijfbarrières

Volgens Silva, zijn er een aantal barrières, redenen die vaak genoemd worden door mensen waarom het schrijven niet lukt:

  1. Ik kan geen tijd vinden om te schrijven/ ik zou meer schrijven als ik grotere blokken tijd had.

Dit argument gebruik ik zelf ook vaak. Het is geruststellend, de oorzaak ligt niet bij mezelf maar bij de omgeving. Mijn agenda loopt vol, iedereen wil iets van me, er blijft te weinig tijd over. Weet je wat, ik plan binnenkort gewoon twee dagen en dan…

De oplossing voor deze barrière en de kern van het boek zit in het woord ‘vinden’. Je moet geen tijd vinden, maar tijd toewijzen. Net zoals tijd voor andere taken vaststaat, zoals het geven van colleges, aanwezig zijn op vergaderingen etc. moet de tijd om te schrijven per week ingeroosterd staan in je agenda. Dat betekent ook dat je deze tijd moet verdedigen tegen alles en iedereen die er inbreuk op wil maken.

Hier is meteen de belangrijkste boodschap van het boek: Een schema maken en je eraan houden is de enige manier om veel te schrijven. Simpelweg het feit dat je elke keer weer gaat zitten om te schrijven is wat je productief maakt.

  1. Ik moet eerst nog meer analyses doen/ ik moet nog meer lezen voor ik kan gaan schrijven

Dit klinkt als een logisch argument, maar kan makkelijk gebruikt worden om uitstelgedrag te rechtvaardigen. De oplossing is simpel: doe alles wat je nodig hebt om te kunnen schrijven tijdens je toegewezen schrijftijd. Bijvoorbeeld het lezen van een aantal artikelen, het uitvoeren van extra SPSS analyses etc. Plan dat in.

  1. Ik heb betere apparatuur of een betere plek nodig om te kunnen schrijven

Het moment dat je moet gaan schrijven is vaak het moment dat je bureau opgeruimd moet worden, je zoekt naar een betere plek om te schrijven of je druk  maakt over dat de printer het niet doet. Echter, het enige dat je nodig hebt om te kunnen schrijven is een computer, een tafel en een stoel.

  1. Ik wacht tot ik inspiratie heb

Ook hier maakt Silva korte metten mee. Wachten tot je inspiratie krijgt werkt niet, het werkt zelfs contraproductief. Uit onderzoek blijkt dat systematisch werken en je houden aan het schema leidt tot het krijgen van meer creatieve ideeën en tot het produceren van meer pagina’s per dag.

Op dit punt in het boek dwingt Silvia je bijna tot actie. Hij schrijft: ‘When struggling writers defend their unwillingness to make a schedule, they’re sticking up for the cause of their struggles’ (p.23). Wanneer je daadwerkelijk een schema hebt gemaakt, gaat het boek verder met een drietal tips die helpen om je motivatie vast te houden en je daadwerkelijk aan het schema te houden.

Hulpmiddelen

Deze tips zijn:

  1. Het stellen van doelen

Maak een lijst van alle projectdoelen die je hebt, alle dingen die je de komende maanden moet of wilt schrijven. Dit kan van alles zijn, van een artikel dat af moet, een idee voor een nieuw artikel, een blog, een subsidieaanvraag etc. Prioriteer deze lijst. Wat heeft voorrang, wat moet er eerst af? Projecten met deadlines gaan voor, artikelen voor je proefschrift ook. Overige schrijftaken komen achteraan. Verdeel daarna je projecten in doelen per dag, zo concreet mogelijk. Bijvoorbeeld: schrijf 200 woorden, print een eerste concept, lees en redigeer het, of maak een opzet voor een nieuw artikel.

  1. Het bewaken van de voortgang

Houd je eigen voortgang bij en noteer per dag of je je doel behaald hebt. Dit dwingt je aan de ene kant om je doelen heel precies (en haalbaar!) te formuleren en tegelijkertijd geeft het je inzicht in hoe je bezig bent en stimuleert het om je goede gedrag voort te zetten.

  1. Vorm een schrijf-support groep

Maak een groep met mensen die op dezelfde manier te werk gaan. Spreek 1x per week of 1x per twee weken af en houd je aan de volgende afspraken:

  • Maak concrete, korte termijndoelen en bewaak de voortgang van de groep;
  • Houd het doel van de groep bij schrijfdoelen, bespreek geen andere zaken;
  • Houd elkaar scherp en vier successen;
  • Maak indien nodig aparte groepen van mensen met dezelfde type schrijfdoelen

Conclusie

En dan nu natuurlijk de conclusie: werkt het? Op deze vraag wil ik de komende maanden een antwoord krijgen. Vandaag hebben we met een aantal mensen afgesproken om hier concreet mee aan de slag te gaan. Volgende week is onze eerste ‘How to write a lot’-bijeenkomst waarin we onze doelen bespreken en aan de slag gaan. Ik merk in ieder geval al wel dat het erover nadenken voor nieuwe energie en inspiratie om te schrijven zorgt. Nu nog zorgen dat ik mijn schrijftijd goed bewaak!

 

Door: Nelleke de Jong, promovenda Lectoraat Excellentie in Hoger Onderwijs en Samenleving/ Universiteit Twente

Silvia, P.J. (2010). How to write a lot. A practical guide to productive academic writing. Washington, D.C.: APA.

Dit bericht werd geplaatst in books, Onderzoek & wetenschap en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s