Onderwijs en sociale ongelijkheid

foto ingrid

In 1951 begon mijn moeder aan haar eerste baan als juf in het basisonderwijs, destijds de lagere school. De kinderen werden bij de start van hun onderwijsloopbaan ingedeeld in een domme en een knappe klas. Dat gebeurde op grond van hun achternaam. Basisscholen anno 2016 zullen achternamen niet meer gebruiken om groepen in te delen, maar sociale ongelijkheid in het onderwijs blijkt een hardnekkige kwestie te zijn.

Ongelijkheid in het onderwijs neemt zelfs weer toe, zo blijkt uit het jaarlijks verslag van de Onderwijs Inspectie. In de Volkskrant van 14 april 2016 worden de vier oorzaken uit dit rapport besproken. Leerkrachten geven (onbewust) een hoger schooladvies aan kinderen van hoger opgeleide ouders; hoger opgeleide ouders maken (veel) meer werk van de schoolcarrière van hun kinderen; er komen steeds minder brede scholengemeenschappen en gemengde brugklassen; en het sturen op rendement leidt tot concurrentie tussen scholen, wat de ongelijkheid verder vergroot.
In het hoger onderwijs lijkt de invoering van het leenstelsel negatief uit te pakken voor eerste generatiestudenten, studenten die als eerste van een gezin naar het hoger onderwijs gaan. Dit was ongeveer 50% van de studentenpopulatie en is sinds dit studiejaar verminderd. Studenten met lager opgeleide ouders melden zich minder vaak aan. Ook is er een terugloop in aanmeldingen van studenten met een functiebeperking (Volkskrant 19 april). Kortom: onderwijs doet mee in de ontwikkeling van groeiende sociale ongelijkheid.
Daar komt nog bij dat nergens in de westerse wereld, d.w.z. de 33 landen van de OECD die deelnemen in het Programme for International Student Assessment PISA, de sociale segregatie tussen scholen zo groot is als in Nederland (Schmidt e.a., 2015). Behalve ongelijkheid in kansen betekent dit ook dat studenten met verschillende achtergronden elkaar nauwelijks ontmoeten op school.

Honours
Wat betekent deze ontwikkeling nu voor honours? Het roept bij mij de vraag op: wie bereiken we met onze honours programma’s in het hoger onderwijs? En verder: wat betekent het voor het ‘wereldbeeld’ van studenten, als ze in qua afkomst gescheiden scholen onderwijs krijgen? Misschien moeten we onze (honours) studenten ook leren wat het betekent om op te groeien in relatieve armoede, of als persoon met niet-westerse roots in de Nederlandse maatschappij.
In de interdisciplinaire honours cursus Samenleving 2.0 lopen studenten stage bij een groep of beweging in de stad of provincie, zoals het discriminatie meldpunt, de daklozenkrant of buurtinitiatieven op het gebied van het verbouwen van gezond voedsel. Deze ervaring heeft impact op hun beeld van mensen (wat zijn er veel mensen die de wereld willen verbeteren) en de maatschappij (dus discriminatie neemt toe). Studenten noemen ook dat ze minder snel oordelen, meer oog krijgen voor mensen om hen heen en actiever contact maken met mensen die ze niet kennen. Deze effecten van een korte cursus zijn, in het licht van het voorafgaande, hoopvol te noemen.

Door Ingrid Schutte, onderzoeker bij de Kenniskring Excellentie in Hoger Onderwijs en onderwijsadviseur bij de Hanzehogeschool Groningen.

 

Dit bericht werd geplaatst in Actuele ontwikkelingen, Opinie en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s