De toekomst van het onderwijs: willen in plaats van moeten

Wegwijzer

Maandag 17 november heeft staatssecretaris Dekker het startschot gegeven voor een brede discussie over de toekomst van het onderwijs. Via Twitter #2032 kan iedereen bijdragen aan het beantwoorden van de centrale vraag: ‘Wat moeten kinderen die nu voor het eerst naar school gaan leren om straks in 2032, als ze een baan zoeken, goed voorbereid te zijn op de uitdagingen die dan op hun pad komen?’ Een mooi initiatief om landelijk input op te halen voor visievorming, maar is deze aanpak niet compleet de tegenovergestelde wijze van denken? Afgezien van de economische insteek van de vraag, dient het onderwijs de arbeidsmarkt te volgen of volgt de arbeidsmarkt het onderwijs?

De suggesties voor het debat die via Twitter binnenkomen kennen een grote diversiteit. Programmeren, mindfulness, robotica, filosofie, IPads, cultuur, probleemoplossend vermogen, ethiek, het afschaffen van schrijflessen. Maar ook tegenvragen worden gesteld: ‘Zijn er in 2032 nog wel banen om op te solliciteren of werken we dan alleen nog maar in netwerken?’, ‘waarom moet een kind überhaupt naar school?’ en ‘waarom zo’n focus op 21st century skills, moeten we niet eerst oefenen om met elkaar om te gaan?’. Opvallend is dat vooral middelen worden aangedragen als missend in het huidige onderwijs, niet zozeer doelen of idealen.

Rutger Bregman, columnist van De Correspondent, reageert op de oproep door te concluderen dat Dekker exact de verkeerde vraag stelt. Bregman noemt als voorbeeld de tendens dat Nederland een belastingparadijs is voor multinationals en dat als deze trend zich doorzet, er een grote behoefte zal zijn aan slimme accountants zonder geweten. Gewetenloosheid wordt dan een 21st century skill. Moeten we onszelf dan niet de vraag stellen welke kennis en vaardigheden we willen dat onze kinderen hebben in 2032? We kijken dan niet lijdzaam toe hoe de toekomst zich ontvouwt en voegen ons daar naar, maar kunnen sturen en creëren.  De arbeidsmarkt zal meedraaien met het onderwijs. Wanneer gericht gekozen wordt voor bepaalde idealen, zal vervolgens ook meer vraag komen naar beroepen die aan deze idealen voldoen. De arbeidsmarkt kan zo via het onderwijs beïnvloedt worden.

In honoursonderwijs ervaart de student vrijheid om het leerproces naar eigen inzicht en interesse in te vullen. Ook is er aandacht voor de wereld buiten de onderwijsinstelling, de gemeenschap, om zoveel mogelijk mensen te laten delen in de bevoorrechte positie waar de student zich in bevindt. Honoursonderwijs gaat uit van waarden als gemeenschapszin, verantwoordelijkheid en zelfontplooiing. Ik ben overtuigd dat we met honoursprogramma’s een instrument in handen hebben om invloed uit te kunnen oefenen op de arbeidsmarkt en de samenleving. Dat na verloop van tijd het werkveld ook vraagt om beginnende beroepsbeoefenaars die zich richten op idealen en doelen in plaats van op middelen. En dat we niet tot 2032 hoeven te wachten totdat het onderwijs zich gaat richten op dat wat we willen dat kinderen qua bagage in hun rugzak hebben, maar dat we nu anno 2014 al stappen in die richting zetten.

Door Judith Volker, onderzoeker in de Kenniskring Excellentie in Hoger Onderwijs en Samenleving en onderwijskundig adviseur Hanzehogeschool Groningen.

Dit bericht werd geplaatst in Actuele ontwikkelingen, Opinie en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s